Het gevaar van huiswerkbegeleiding

Wat doet de bijlesindustrie met ons leervermogen?

“Als kinderen van jongs af aan gedwongen worden van alles uit hun hoofd te leren, af te zien van vragen te stellen, niet uitgenodigd worden na te denken over de toepasbaarheid van kennis, dan wordt hun natuurlijk creativiteit en hun behoefte om te verkennen en te ontdekken grondig onderdrukt.” Dit zegt Dick de Groot, Consultant Onderwijsprojecten, in zijn artikel ‘Het gevaar van huiswerkbegeleiding’. Voor onderzoek was hij in Sri Lanka en observeerde de verwoestende werking van geïnstitutionaliseerde bijles. Een les voor Nederland?

In 2018 bracht ik in het kader van onderzoek naar een onderwijsproject een bezoek aan Sri Lanka. Nu in Nederland een toenemend gebruik van betaalde huiswerkhulp, studiehulp en examentraining te zien valt, doet zich de vraag voor wat daarvan de bedenkelijke kanten zijn. In Sri Lanka heb ik enig onderzoek gedaan naar de effecten van ‘tuition’.

Geschiedenis van het onderwijs in Sri Lanka

Onderwijs in het verre verleden werd op drie manieren aangeboden. In kloosterscholen, waar de vakken religie, talen en literatuur, kunst, architectuur en beeldhouwkunst werden gegeven. Muziek en drama ontbraken, maar deze kwamen wel bij de Hindoe-cultuur voor. Er bestaat een analogie met het Oudgriekse onderwijs, waarin de zeven schone kunsten werden onderwezen. Kenmerk van dit onderwijs was dat het niet gericht was op het verwerven van een economische bestaansbasis.

In de tweede plaats in de dorpen. Tot 100 jaar geleden ontbrak in veel dorpen de nabijheid van een kloosterschool. Daar werd lesgegeven door dorpsleraren, leken die zich vooral richtten op alfabetisering. De leraren behoorden tot de klasse van de ‘bedelaars’. Dat maakte hen onafhankelijk van belangen in het dorp en tegelijkertijd afhankelijk van giften van degenen voor wie ze onderwijs verzorgden. Ze hadden hoog aanzien, werden gerespecteerd voor wat ze deden. Ze waren dichters, schrijvers, architecten. Hoe groter de gift die ze ontvingen, hoe meer respect ze hadden.

De derde groep leraren werd gevormd door ‘vocational trainers’, vergelijkbaar met de gildemeesters in Europa: smeden, timmerlieden, meubelmakers, kleermakers.  De sociale stratificatie was gebaseerd op beroepsklassen.

Daarnaast bestond de klasse van de aristocraten, die zich bezighielden met de economie van het land. Ze vormen een soort verbinding tussen het onderwijs en de benutting en toepassing van onderwijs in de samenleving.

Toen de Portugezen kwamen, veranderde er niet veel aan de bestaande onderwijspraktijken. De komst van de Nederlanders bracht een andere vraag naar opgeleide mensen teweeg. De Nederlanders hadden vooral behoefte aan opgeleide klerken.  Ook de Britse ‘colonial rule’ bracht een nieuw element in de samenleving, dat tot op de dag van vandaag van grote invloed is gebleken, namelijk het element van ongelijkwaardigheid. Vanuit de Boeddhistische leer werd gelijkwaardigheid onder de mensen nagestreefd, bij een bestaande ongelijkheid in de maatschappelijke rangorde.  Met de Britse ideeën over sociale klassen werden verschillen gecreëerd die hun vertaling vonden in verschillende typen scholen. Er kwamen kostscholen voor de rijken en aanzienlijken. Er kwam cricket, maar ook beroepsonderwijs en scholen voor de armen. Er was nauwelijks sprake van verticale mobiliteit, omdat scholen met meer aanzien een aanzienlijk hoger inkomen vereisten.

De opbouw van het aanbod van universiteiten en hogescholen was vooral gericht op het ondersteunen van de ‘indirect rule’. Tot 50 jaar geleden waren er nauwelijks of geen toegepaste studies op het gebied van landbouw, oceanografie, toerisme. Daarbij was het kennelijk zo dat het eiland zich naar bevrediging kon voorzien in levensbehoeften, naast de handel in specerijen en cash crops. Het ontstaan van een plantage-economie heeft weinig effecten gehad op de ontwikkeling van zelfvoorzienende boeren tot agrarische ondernemers. Evenmin heeft visvangst geleid tot een visindustrie of de eilandpositie tot het verkennen van de omringende wateren, want ook scheepsbouw ontbreekt.

Huidige onderwijsstructuur

Kijkend naar de huidige onderwijsstructuur valt meteen het ontbreken van Engels als voertaal op. De implicaties hiervan zijn groot. Tamils spreken geen Singalees en andersom, dus Engels zou de lingua franca kunnen zijn. Er zijn meer verklaringen denkbaar: de aversie tegen de koloniale taal,  waardoor het Engels na een heftige discussie in 1956 werd afgeschaft; het gebruik van de Singalese taal als machtsmiddel ten opzichte van niet-Singalees sprekende minderheden (in het onderwijs van de Tamils is Engels gedeeltelijk wel behouden gebleven); en bij het herstellen van culturele waarden na de onafhankelijkheid het afschaffen van Engels bij gebrek aan besef dat communicatie buiten de grenzen van het eiland uitermate belangrijk is. De oudere generatie die nog Engels spreekt, heeft dus een veel groter communicatief bereik dan anderen die het Engels niet beheersen.

Het Britse onderwijssysteem (GCE O- en A-level) werd niet afgeschaft, maar hechtte zich aan de sociale gelaagdheid van het land. Het versterkte waarschijnlijk de sociale ongelijkheid onder de bevolking.

In de gesprekken wordt bij het kennismaken en het spreken over andere, niet-aanwezige personen steevast, na het noemen van de naam, de gevolgde middelbare school en universiteit genoemd, zodat ieder zijn plaats weet.

Er bestaat kennelijk een sociale stratificatie gebaseerd op meer of minder prestigieuze kostscholen en universiteiten.

Het beroepsonderwijs heeft zich vooral op middelbaar en hoger niveau ontwikkeld. ‘Ambachtsscholen’ voor leerlingen vanaf een jaar of twaalf zijn zeldzaam binnen het publieke onderwijs, met uitzondering van enkele bedrijfsscholen en particuliere trainingscentra.

Schaduwonderwijs

In de communicatie over onderwijs valt op, dat bijna uitsluitend over academisch onderwijs wordt gesproken en over het daarmee verbonden ‘schaduwonderwijs’, de private sector van de ‘tuition’. Dit bevestigt ook het belang dat gehecht wordt aan het verwerven van toegang tot deze instituten. Kosten noch moeite worden gespaard om kinderen via huiswerkinstituten te drillen voor toelatingsexamens. Over tuition wordt door bijna iedereen zeer kritisch gesproken. De reden om tuition niet aan te pakken lijkt politiek-economisch van aard. Er worden vele miljoenen verdiend met het innen van tuition fees en de eigenaars hebben er dus geen baat bij dat het systeem wordt aangepakt. De grote eigenaars hebben toegang tot politici of zijn zelf politicus. Tegenstanders lopen de kans te worden bedreigd. Er wordt beweerd dat examens te koop zijn, zodat er van tevoren mee getraind kan worden om de antwoorden uit het hoofd te leren. Niet naar tuition gaan om kosten te sparen, is bijna uitgesloten. De leerling zonder tuition is kansloos, een outcast.

Voor ouders betekent tuition een van de grootste gezinsuitgaven. Deze uitgaven bestaan naast tuition fees en de daarbij behorende transportkosten vooral uit drank, malariacontrole en communicatie (mobiele telefoons). De overheid heeft zich teruggetrokken uit het vervoer van scholieren.

Uiteindelijk slaagt 4 % van de cohort 20-24 jarigen voor hun examens. Hoewel tuition heel veel aandacht krijgt en er heel veel geld mee gemoeid is aan kosten voor ouders en inkomsten voor tuition instituten, beperkt het totale effect zich dus om een zeer klein deel van de jongeren. Van dit deel vertrekt na het behalen van een diploma naar het buitenland. Over wat er met andere leerlingen gebeurt, wordt niet gesproken. Wel is bekend dat bij het niet halen van de toelatingsdrempel van de universiteit, de afgewezenen toelating zoeken bij het hbo of, als dit ook niet lukt, voor het mbo. Ook deze toelatingen zijn gebaseerd op dezelfde hoge cijfers.

Lerarenopleidingen

Een rechtvaardiging die gegeven wordt voor het verschijnsel tuition is de schaarste aan leraren. Van de kant van opleidingen wordt gemeld dat de totale opleidingscapaciteit nog geen 3% nieuwe leraren per jaar oplevert, bij een vraag van 5000 per jaar over de breedte van het onderwijs. Met name vakken als natuurkunde, scheikunde, wiskunde, economie en Engels kampen met lerarentekorten. Logischer is de verklaring dat door het beperken van het aantal academische studieplaatsen enerzijds overal tekorten aan afgestudeerde academici ontstaan.

Anderzijds kunnen door de schaarse mogelijkheden de eisen tot toelating enorm opgeschroefd worden. Om nog een kansje tot toelating te maken moet je hele hoge cijfers halen en daarmee stellen huiswerkinstituten hun positie veilig. De tuition instituten claimen een rol van noodzakelijke aanvulling op het formele onderwijs. Hoe groot die aanvullende rol is, blijkt uit situaties waarbij de omvang van een tuition class kan oplopen tot meer dan 1000 studenten, die met behulp van videoschermen de les kunnen volgen. Ook hieruit blijkt het enorme effect van de wet van het scheppen van schaarste.

Een vraag die zich ook in Nederland voordoet is of je van leerlingen moet verwachten dat ze bij toelating tot een universiteit of hogeschool zelfstandig in staat moeten zijn om hun diploma te halen. Het belang van ‘output financiering’ leidt gemakkelijk tot het verleggen van de inspanning van studenten naar die van het instituut om diploma’s te halen.

Gevaar van sociale deprivatie

In de scholen heerst het overheidssysteem dat gebaseerd is op het concept van leerlingen die als een lege emmers moeten worden. In de praktijk doet tuition niet anders. Het gevolg is dat jonge mensen, die de ambitie of de intelligentie hebben om hoger onderwijs te gaan volgen, hun leven gevuld zien met het erin stampen van kennis. Dat doen ze tijdens de schooltijden, voordat ze naar school gaan en nadat ze uit school thuisgekomen zijn of nadat ze na de lessen naar de studiezaal of de slaapzaal gaan om te studeren, zo nodig tot diep in de nacht, zo nodig elk vrij moment in het weekend. Ze worden ontzien, enerzijds omdat er in hen geïnvesteerd wordt en ze de investering moeten opleveren, anderzijds omdat de concurrentie zo groot is door het geringe aantal plaatsen op de universiteiten dat een pass rate bij het eindexamen van de middelbare school niet zonder meer tot succes zal leiden. Alleen de leerlingen met de hoogste cijfers worden toegelaten.

Bij nogal wat gesprekken komt het effect van het falen voor de toelating tot een hogere opleiding aan de orde. In grote mate heeft dit falen een zeer hoge graad van zelfdoding tot gevolg. Het mogelijke falen begint al op jeugdige leeftijd, rond een jaar of tien, wanneer de leerlingen aan het eind van grade 5 een test moeten doen. Als ze het voldoende goed doen, maken ze kans op een beurs die het volgen van tuition mogelijk maakt.

De zelfredzaamheid van veel jonge mensen laat door het voortdurend blokken veel te wensen over. Ze hebben niet leren koken of anderszins voor zichzelf te zorgen, ze hebben zich sociaal niet kunnen ontwikkelen, omdat ze moesten studeren. Vrienden hebben ze vaak niet, omdat ze daar geen tijd voor hadden. Ze hebben niet geleerd te spelen. Wat de sporten betreft, is alleen cricket in de hogere kringen deel gaan uitmaken van de cultuur.

Wordt geen leraar!

Een zoon stelt zijn vader voortdurend vragen over van alles wat hij op school gehoord heeft. En over wat hij ervan vindt of hoe hij het geleerde moet zien. De vader weigert zijn zoon antwoorden te geven. Als de zoon hem naar de reden vraagt, zegt de vader dat hem dat op een leraar zou doen lijken.  Die geven alleen antwoorden op niet-gestelde vragen.  De vader geeft zijn zoon het advies om zelf op zoek te gaan naar antwoorden op zijn eigen vragen. Pas als hij de vader heeft uitgelegd wat hij allemaal gedaan heeft om antwoorden te vinden, mag hij dat voorleggen aan hem, zodat ze samen verder kunnen zoeken.

Intellectuele beperking

Als kinderen van jongs af aan gedwongen worden van alles uit hun hoofd te leren, af te zien van vragen stellen, niet uitgenodigd worden na te denken over de toepasbaarheid van kennis, dan wordt hun natuurlijk creativiteit en hun behoefte om te verkennen en te ontdekken grondig onderdrukt. Het gevolg is dat ze, nadat ze de universiteit hebben voltooid, moeten leren communiceren, hun kennis moeten leren benutten in toepasbare vormen, zichzelf moed in moeten spreken om andere invalshoeken te kiezen bij het zoeken naar oplossingen. Ze moeten kortom nog leren denken. Dat kan natuurlijk anders, maar dat staat het systeem niet toe. Mede als gevolg hiervan en de eilandcultuur is het openstaan voor een andere benadering van leren niet vanzelfsprekend. Met name inzichten van buiten het eiland lijken tamelijk kansloos.

Als je iets wilt doen aan verbetering van de interactie tussen leraren en leerlingen in scholen, dan moet je er op het hoogste niveau toestemming voor hebben, via een getrapt hiërarchische besluitvorming die eindigt of start in het Ministerie van Onderwijs.

Internet

Onvermijdelijk begint het Internet zijn effecten te krijgen. Op een bevolking van 21 miljoen zijn 40 miljoen mobiele telefoons in omloop. De Sri Lankaanse MTV/ MBC werkt aan programma’s voor scholieren in de vorm van infotainment. De kans om hiermee effecten te sorteren, hangt meer af van de ondersteuning door leraren dan door schoolleidingen. Via de digitale snelweg, de info-highway, worden steeds meer mensen bereikt en maakt het gebruik van Engels spelenderwijs de gebruikers vertrouwd met die taal. Ook het inspelen op het ontwikkelen van basis life skills, bij jongeren die altijd studeren en die niets anders kunnen, behoort tot het bereik van de media. Door het openen van de wereld en te kunnen vergelijken wordt de natuurlijke nieuwsgierigheid geactiveerd.

Vermoedelijk zal het Internet de komende jaren zijn doorwerking vinden in het onderwijs. Met het openen van mogelijkheden voor digitale tuition kunnen de kosten van real time tuition omlaag en deze zouden kunnen komen te vervallen.

Ervaringen met digitaal onderwijs leren echter dat zonder goede begeleiding door ervaren leraren deze vorm van (aanvullend) onderwijs weinig nut heeft. Bovendien leidt een te groot aantal uren achter de laptop tot allerlei nieuwe problemen in communicatief en sociaal opzicht.

Onderwijskwaliteit

Rijdend langs een prestigieuze school maakte ik de opmerking dat dit ook zo’n school was die slecht presteert. Dat riep vragen op bij mijn metgezellen. Mijn reactie was dat logisch geredeneerd alle scholen van voortgezet onderwijs falen. Ze slagen er niet in hun leerlingen voldoende voor te bereiden op de toegang tot een universiteit zonder de hulp van een tuition instituut. De overheid van elk land waar dit zich voordoet, zou zich hierover grote zorgen moeten maken. Dit probleem wordt nog versterkt doordat de leraren van een school ook de leraren van tuition classes zijn. Kennelijk bestaan er geen regels voor het verwerven van een extra inkomen, naast dat van een baan als leraar op een school. In Nederlandse verhoudingen zou een rector van een school het zijn leraren niet moeten toestaan om de eigen leerlingen tegen betaling bijles te geven, omdat hiervan een perverse prikkel kan uitgaan, namelijk het creëren van vraag. Als huiswerkbegeleiding veel geld oplevert, is de vicieuze cirkel rond. Daarbij kan de kwaliteit van de lessen niet anders dan lijden onder de extra inspanning die leraren in huiswerkklassen moeten leveren naast hun reguliere werk. In Nederland accepteren we zo’n risico niet als het goed is en verbieden we het leraren een tweede aanstelling te hebben boven een volledige baan met het oog op overbelasting en de daarmee gepaard gaande vergrote kans op ziekte en uitval.

De overheid van Sri Lanka plaatst de leraren op de scholen. Als beginner of bij wijze van straf of demotie kun je op het platteland worden geplaatst. Veel leraren die op het platteland terecht komen hebben maar één doel: weg zien te komen, terug naar de stad. Dit geldt ook voor de ambtenaren die op het platteland worden geplaatst. Met de focus op terugkeer naar de stad en met de vele verplaatsingen die dit tot gevolg heeft, is het moeilijk een stabiel netwerk op te bouwen in het onderwijs van het land.

Waarvoor moeten wij waken?

In ieder geval lijkt de schaarste aan leraren de deur open te zetten naar commercieel ‘schaduwonderwijs’. In Nederland komt die schaarste niet door gebrek aan studieplaatsen, maar door maatschappelijke onderwaardering. Het stellen van hoge eisen aan het beroep van leraar, zoals in Finland, gecombineerd met uitmuntende kwaliteiten op andere beroepsterreinen, zoals bijvoorbeeld in Portugal, en een hoge beloning voor deze opleiders, die van enorme waarde zijn voor de ontwikkeling van het land, zouden voorwaarden moeten zijn.

De bedreiging van het onderwijs door het nut daarvan vooral te meten aan economisch rendement, zoals onder meer blijkt uit de inhoud en de samenstelling van het curriculum, dat nog steeds gebaseerd is op de handelsgeest en het industrialisatie van vorige eeuwen, en de meting van het rendement door van kwaliteit kwantiteit te maken, heeft een enorm belemmerend effect op de waarde van het onderwijs zoals de Grieken dat ontwikkeld hadden: de vorming van de mens als autonoom wezen, doordrongen van morele waarden en de verantwoordelijkheid voor de gemeenschap. En op de kwaliteit van de onderwijsgevenden. Te veel is de mens in onze samenleving een verbruiksmiddel geworden dat alleen dient om geld mee te verdienen.

Dit voorjaar stond ik op een ‘milpa’ in het gebied dat door de Maya’s ontwikkeld werd. Een milpa is een akker die dient voor het voeden van een familie, niet om er zoveel mogelijk gewassen op te verbouwen en die te verkopen om van de opbrengst andere levensbehoeften te kopen, maar bovendien is een milpa een akker waarop vier gewassen tegelijkertijd worden verbouwd die voorzien in alle benodigde bouwstoffen voor het lichaam: maïs, bonen, pompoen en avocado. Dit viertal gewassen combineert zo goed, dat eeuwenlang dezelfde akkers konden worden gebruikt zonder dat deze uitgeput raakte. De milpa is wat mij betreft een prachtige metafoor voor wat een gemeenschap zou moeten zijn: elkaar voeden in compleetheid, waarbij opvoeding en onderwijs de voedingsbodem vormen. Tenslotte is het zo dat maïs, een van de vier gewassen, met eindeloos geduld in Mexico door de mens werd ontwikkeld om de basis te kunnen worden van het viertal. Alleen, maïs kan zichzelf niet verspreiden. Alleen de mens kan dat waardevolle evenwicht in stand houden als bron van bestaan, niet als bron van inkomsten.

Woorden van

Dick de Groot

Gepubliceerd op

Geplaatst in

Lees hierna

Dit zijn woorden van

Dick de Groot

Dick de Groot is onder meer Consultant Onderwijsprojecten en eigenaar van Ubuntu Circle. Lees ook zijn essay ‘Cirkel van vertrouwen’.

Laat een reactie achter