Pratende rivieren, bomen, dieren en een ‘wereldvreemde’ hovenier die zegt dat de grondtoon van vreugde verdriet is. Het zijn zomaar wat ‘personages’ die de lezer al sprekend inwijden in poëtische levensinzichten. Met succes. Meer en meer mensen zoeken hun heil in deze boeken. Waar komt die zucht naar dichterlijke wijsheden vandaan?
Even een greep.
‘De meest volmaakte daad ontstaat in totale stilte, want alleen in de stilte van de meditatie kan de mens zijn beweegredenen kennen. De oorsprong van het leven kan alleen worden gevonden in de vrijelijk aanvaarde dood van een eerder onvolmaakt bestaan.’ Dit zijn de woorden van de hovenier in zijn ‘Reis door de Hof van het Leven’, geschreven door de Spaanse Grian A. Cutanda en voortreffelijk vertaald door Dick de Groot, auteur van ‘Elegie van de Aarde’. Die hovenier gaat in zijn hof met een even zo groot gemak een gesprek zonder woorden aan met een monnik als dat hij naast een elfje in een boom zit om samen naar de ondergang van de zon te kijken.
En luister dan naar de woorden die de wolf spreekt tegen de kleine hond Amaya over wie hij zich ontfermt omdat Amaya zijn ouders is kwijtgeraakt in een storm: ‘Ja, Amaya. Voorlopig zijn we gedwongen een nieuwe richting in te slaan, maar alles wat voor ons ligt is nog steeds de weg. Ongeacht de kronkels en bochten, beproevingen en obstakels, is het altijd de weg…’ De woorden zijn afkomstig uit het boek ‘De hond, de wolf en de maan’ van James Norbury.
Het zijn woorden met een poëtische kracht die appelleren aan het verlangen naar levenswijsheid. Ze doen denken aan ‘De kleine prins’: “Terwijl zijn lippen zich half openden tot een glimlach, dacht ik nog: ‘Wat me zo aangrijpt bij die kleine slapende prins, is zijn trouw aan een bloem, het beeld van een roos, dat binnenin hem straalt, zelfs in zijn slaap – als een vlam van een lamp…’ En ik vond hem nog brozer. Lampen moeten goed beschut worden: één windvlaag kan ze uitwaaien…” Schrijft Antoine de Saint-Exupéry over zijn wereldvermaarde kleine prins. Hoewel oorspronkelijk uitgegeven in 1943 had dit kleinood ook in 2026 uitgegeven kunnen worden, het boet nog niets in aan zeggingskracht voor de hedendaagse lezer die zich laaft aan diepzinnige levenswijsheden of die nu afkomstig zijn van pratende rivieren of oeroude bomen die de Westerse mensen met mededogen bezien.
Is dit nu escapisme uit de duistere tijden waarin we thans leven? Of dat nu voor het schaamteloze machtsgeweld van het geopolitieke wereldtoneel is dan wel voor het turbulente individuele innerlijk dat geteisterd wordt door een niet aflatende prestatie- en materiedruk die met name de Westerse cultuur tekent? Vooropgesteld dat vluchten goede redenen kent, hoe te leven nu de gevolgen van het materialisme, dat maatje van het neoliberale denken en doen, zo schrijnend voelbaar zijn in een beeldcultuur die is verworden tot een spiegelpaleis? Als de werkelijkheid enkel ervaren wordt in beeldvorming, leven we in een schijnwereld. Ja, wellicht ervaren we dan nu eindelijk, ergens deep down, dat die sluiers van schijn ons een klaar zicht op de levende werkelijkheid ontnemen. Want, en het is maar een voorbeeldje, we zijn van alles en nog wat, behalve die gefilterde mensen die we op onze insta zien.
De maakbaarheid van onze allerbeste versie lijkt nog steeds grenzeloos, maar het is als met die barst die zich aftekent in een vooralsnog hele stenen vaas, er komt een moment dat die onder je handen van het ene op het andere moment in gruzelementen uiteenvalt. Tja, olielampen moeten goed beschut worden, weet de kleine prins. Tegen het pragmatisme bijvoorbeeld dat immer klaarstaat om in te grijpen, bij te sturen, want de tijden vereisen dat je de regie stevig in handen neemt. Maar, en elke zeiler weet dit, je moet nu juist laten vieren om de wind te kunnen vangen. Het is net zoals met die van alle kanten gepropageerde kracht van kwetsbaarheid die met graagte en gelijk aan al die andere inzichten uit zelfhulpboeken, instrumenteel wordt ingezet. Kwetsbaarheid laat zich niet manipuleren tot een kracht, zij is nu juist een blootstellen dat bijkans per ongeluk het licht ziet. Op een vlam krijg je ook geen grip.
De taal die wij sinds lange tijd bezigen, is voornamelijk een instrumentele taal en die bepaalt onze perceptie. Hoe dunner onze woordkeuze, hoe schameler ons innerlijk leven. Was het niet Nietzsche die waarschuwde voor het uiteengaan van denken en dichten? Nietzsche, die overigens aanvankelijk dacht als componist in de wieg te zijn gelegd, zag deze scheiding als een groot verlies: taal werd, nu zij het moest stellen zonder de zang van het dichten, overgeleverd aan een instrumenteel, rationeel en pragmatisch denken en het daarmee samenhangende doen. De diepe, levende werkelijkheid werd daarmee versluierd. Wat als je je eigen ogen niet meer kunt vertrouwen?
Gelukkig zijn er dassen en bevers die als onvervalste dragers van het onbewuste onbehagen knagen aan de fundamenten van het Westerse heimelijk gemankeerde zijn. En niet te vergeten: elfjes(!) die samen met de hovenier naar een zonsondergang kijken. Dus lees die boeken die je innerlijke ogen schoonwassen. Je verliest weliswaar grip, maar volgens de hovenier, en die kan het weten, krijg je het leven ervoor terug.
De hovenier, Een reis door de Hof van het Leven, Grian A. Cutanda, vertaald door Dick de Groot. Uitgeverij Samsara, Amsterdam
De hond, de wolf en de maan, James Norbury, vertaald door Ariane Schulter, Fontaine Uitgevers
De kleine Prins, Antoine de Saint-Exupéry, vertaald door Laetitia de Beaufort-van Hamel, Uitgeversmaatschappij Ad. Donker bv.
Woorden van
Karin Melis
Gepubliceerd op
Geplaatst in
Lees hierna
Dit zijn woorden van
Karin Melis
Filosoof